Bijenbehuizingen



Een bijenzwerm in uw tuin?
Klik hier om te kijken wat u kunt doen.
Klik hier om te kijken wat u nu al kunt doen om bijensterfte tegen te gaan.
En klik hier voor vragen en/of suggesties.




Typen bijenkasten in de bijentuin
In de Bijentuin staan verschillende typen bijvriendelijke behuizingen voor de bijenvolken.
Bijen zijn warmtedieren die om in leven te blijven en zich goed te kunnen ontwikkelen de temperatuur in het bijennest op pijl moeten houden.
In de winter is dat tussen de 13° à 18° en in het broedseizoen zo'n 36°.
In bijvriendelijke bijenwoningen kunnen de bijen bouwen zoals in de natuur - zn. natuurbouw -, wat betekent dat de bijen onbelemmerd de raten uit kunnen bouwen waardoor ook een ongedeeld broednest gevormd kan worden.
De algemeen gebruikelijke bijenkasten zijn opgebouwd uit stapelbare ondiepe bakken, waardoor het broednest geen eenheid meer kan zijn en er koudebruggen ontstaan, wat ongunstig is voor de warmtehuishouding.
Alle bijvriendelijke bijenbehuizingen zijn gemaakt van natuurlijk materiaal: hout en/of stro al dan niet gecombineerd met leem.

Van de zn. natuurbouwkasten hebben we 2 types:
de Duitse natuurbouwkast, de zn. Einraumbeute (éénruimtekast) en de Nederlands natuurbouwkast.

De Einraumbeute
Dit is een bijenkast, ontwikkeld door het Duitse onderzoeks- en opleidingsinstituut Mellifera dat als eerste de langwerpige bouwramen heeft ontworpen.
Het is een grote kast die is gebouwd volgens het principe van de gulden snede - de door de mens als meest harmonieus beleefde verhouding- , die veel voorkomt in de natuur. Ook de langwerpige raampjes hebben die verhouding. De raampjes hebben aan de bovenzijde 3-hoeks latjes, alles wat de bijen nodig hebben om te kunnen gaan bouwen. Kunstraat is niet nodig.
Men kan naar believen de ruimte voor het volk groter of kleiner maken door er ramen bij te hangen resp. te verwijderen. Het maximum aantal is 21 + een sluitblok.
De breedte van de bovenlatjes van de ramen is zodanig dat bij het bouwen de natuurlijke raatafstand ontstaat.
Van boven worden de ramen afgedekt met een wasdoek (een in bijenwas gedrenkte katoenen doek), daaroverheen een zachtboordplaat en een aluminium deksel.
Honing kan eventueel geoogst worden door de buitenste ramen met verzegelde honing waar geen broed in aanwezig is, uit te nemen, maar het is ook mogelijk er een honingkamer op te plaatsen.
Ook doordat er tijdens het werken in de volken geen zware bakken afgetild hoeven te worden is deze kast handig in het gebruik.

De Nederlandse natuurbouwkast
Deze kast is ontwikkeld door Wim van Grasstek en is gebaseerd op de Einraumbeute, maar is kleiner.
Er passen 13 ramen in en een sluitblok.
Een ander verschil zijn de ronde vliegopeningen i.p.v. de gebruikelijke vliegspleet.
Ook de demonstratiekast in de bijentuin is gebouw volgens hetzelfde principe als de Nederlands natuurbouwkast.
Naast deze 2 zn. natuurbouwkasten zijn er nog 3 andere typen kasten in de Bijentuin. Omdat de bijen in deze kasten ook op natuurlijke wijze, onbelemmerd kunnen bouwen, zijn dit in wezen ook natuurbouwkasten.

De Topbarhive
Een Top Bar Hive is letterlijk vertaald een Boven Lat Bijenkast, ofwel een toplattenkast.
Deze kast heeft geen raampjes, maar alleen toplatjes met een driekantige onderkant die zonder tussenruimte tegen elkaar aan liggen, ook weer zodanig dat de natuurlijke raatafstand ontstaat.
De latjes liggen evenwijdig aan de kant van de vliegopening, waardoor de zn. 'warmbouw' ontstaat (i.i.t. de 'koudbouw'- in de natuurbouwkasten).
De zijwanden hebben een zodanige schuinte dat de bijen de raten er niet aan vast bouwen.
Deze bijenkast wordt veel in Afrika gebruikt omdat hij heel praktisch is in het gebruik.
De topbarhive in de bijentuin heeft zijkanten van riet een dakje en 3 ronde vliegopeningen.

De koepelkast
Deze kast is ontworpen door Wim van Grasstek.
Het is in principe ook een topbarhive maar in plaats van rechte latjes heeft het halfronde bogen, zodat meer de natuurlijke bolvorm van het broednest benaderd wordt.
De kast heeft een dichte onderkant en één ronde vliegopening.

Het bijzondere van de koepelkast is ook het mooie koperen dak.
Koper staat in relatie tot de planeet Venus waar ook de bijen mee verbonden zijn. Het geleidt zeer goed de zonnewarmte.



De Weissenseifener Hängekorb, ofwel de hangkorf
Deze bijenbehuizing werd ontworpen door de Duitse kunstenaar en imker Günther Mancke en voor het eerst beschreven in zijn brochure 'Zwischen Sonne und der Erde' (1991). De naam ontleent deze korf aan de kunstenaarsgemeenschap in Weissenseifen (Eifel), waar Mancke nu nog woont.
Op basis van zijn holistische kijk op de wereld en een zorgvuldige observatie van het gedrag van de bijen in de vrije natuur, ontwierp Günther Mancke deze korf als een behuizing voor de bijen die de natuurlijke raatbouw zo dicht mogelijk benaderd. Deze van roggestro gevlochten 'hangkorf' is bedoeld voor imkers die willen imkeren naar het 'wezen van de bij'.
Dit in tegenstelling tot de bijenbehuizingen die tegenwoordig veel worden gebruikt: min of meer stapelbare, rechthoekige kasten, waarin houten ramen met kunstraat worden gehangen die door de bijen uitgebouwd kunnen worden.
De deelbare hangkorf heeft 9 halfcirkelvormige raatbogen in de bovenkorf waaraan de bijen hun wasraat bevestigen hangend in de 'bijenketting' waarvan de vorm overeenkomt met de maatvoering van de onderkorf.
Bijgaande doorsnede van de hangkorf en foto's van de natuurlijke raatvorm daarin, verduidelijken een en ander. De ingang van de korf is aan de onderzijde, waarbij we aan de vorm van de gevlochten aanvliegtrechter kunnen zien hoe de bijen aan komen vliegen om in de korf hun nectar en stuifmeel af te geven. Voor de bij, als zonnewezen, bevindt de invliegopening zich idealiter op een hoogte van ca. 2m.

Meer over de hangkorf (en hoe deze te maken) is te lezen in het boekje 'De Weissenseifener hangkorf, een alternatief' (ISBN 9789463428736) en op de website www.hangkorf.nl





Site door: SloMedia